BLESSURES EN SPORTMEDISCH ADVIES
Inhoud:
• Blessures algemeen
• Primair en secundair sportletsel
• Blessures voorkomen
• Sport tijdens / na blessure
• Acute blessure behandeling
Blessures algemeen
Miljoenen mensen doen aan sport. Via een vereniging, individueel, of in groepsverband. Het aantal sporters neemt elk jaar toe. Ondanks het feit dat men gezonder is gaan leven, meer aan lichaamsbeweging doet en verantwoord met sport bezig is, komen blessures nog steeds vaak voor. Sporten heeft zo z’n voordelen en zijn nadelen.
Een van de grootste nadelen is het risico op blessures. Nederlands onderzoek heeft uitgewezen dat er jaarlijks in Nederland rond de 2.5 en 3 miljoen sportblessures voorkomen, waarvan voor 40% medische behandeling nodig is. Rond 650.000 sporters gaan met hun klachten naar de huisarts en 13.000 sporters gaan zelfs naar het ziekenhuis.
Wat is een blessure?
Een blessure is een kwetsuur waarbij de gezondheid van weefsel of een orgaandeel wordt aangetast of beschadigd. Dit kan zijn door een kneuzing, scheuring of breuk, of door een langdurige beschadiging zoals een ontsteking of slijtageverschijnselen. Door een blessure kan de sporter zijn of haar sport meestal niet 100% beoefenen.
Oorzaken blessures
Op de eerste plaats spelen slechte trainingsopbouw, vermoeidheid, invloed van medicijnen en alcohol een belangrijke rol bij blessures. Op de tweede plaats (30%) komt de invloed van tegen- medespelers door fysiek contact of een klap van een sportattribuut. In 20% van alle blessures speelt de toestand van de ondergrond een rol. Onvoldoende technische bagage zorgt voor 5% van de blessures.
Blessures vaak ‘eigen schuld’
Blessures komen vaak voor in de sport. Om sportblessures te kunnen beoordelen is het nodig om de ongevalsituatie goed te leren kennen. Uit statistisch onderzoek blijkt dat 50% van alle blessures aan de sporter zelf te wijten is.
Meest voorkomende blessures
De meeste sportblessures komen voor aan enkels, knieën, pols of handen. Blessures aan deze lichaamsdelen zorgen voor 63% van alle blessures. De balsporten zijn de sporten waarbij de kans op een blessure het grootst is. Op nummer 1 van de meest blessuregevoelige sporten staat zaalvoetbal. Maar ook bij hardlopen en fietsen komen blessures voor.
Primair en secundair sportletsel
De aard van een blessure kan verschillend zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een sportongeval (macrotrauma) waaraan de geblesseerde doorgaans niet veel kan doen en tussen primair en secundair sportletsel. Primair sportletsel is veelal te wijten aan de sporter zelf.
Sportongeval
Een sportongeval (macrotrauma) kan omschreven worden als een gebeurtenis, waarbij plotseling van buitenaf inwerkende krachten de gezondheid in gevaar brengen. Oorzaken van ongevallen zijn verschillend. Te denken valt aan een groep vallende fietsers in een sprint door een stuurfout van een van de renners.
Primair sportletsel
Primair sportletsel wordt gekenmerkt door de slechte scheiding tussen belasting en belastbaarheid en zijn letsels die direct aan de inspanning toewijsbare problemen geven, zoals een gescheurde meniscus. Het lichaam is wel geschikt voor sportprestaties, maar door (herhaaldelijke) extreme belasting kan deze overbelast worden.
Secundair sportletsel
Secundair sportletsel ontstaat bijvoorbeeld bij onzorgvuldigheden gedurende de behandeling en/of het niet nemen van rust. Secundaire sportletsels zijn dus meestal niet direct toe te schrijven aan een ongeluk, maar zijn beter te betitelen als restschade of gevolgschade na een eerdere blessure. Vervroegde "slijtage" van de voetgewrichten bij mensen die veel springen is hier een voorbeeld van. Hierbij bestaat de kans op blijvende schade aan weefsel of organen.
Blessures voorkomen
Primaire preventie
Veel sportblessures kunnen voorkomen worden door eenvoudige maatregels. Deze zijn als primaire preventie bekend. Trainingsmethodes, materiaal, schoeisel, ondergrond en warming-up / cooling-down zijn hierbij zeer belangrijk.
Trainingsmethodes (zie ook trainingsadvies op mijn sportplan)
Door regelmatig te sporten, wordt de kans op letsel kleiner. Vooral ongetrainde mensen die heftig gaan sporten, lopen snel een acute blessure op. Dit komt vaak ook omdat zij de basisconditie missen. Daarom is het belangrijk om het bewegen onder goede begeleiding rustig op te bouwen.
Het lichaam moet tijd krijgen om aan het sporten te wennen. Te lang en te intensief trainen is niet verantwoord. Dit levert veelal overbelaste spieren op.
De juiste trainingsmethode is zeer belangrijk. Veel blessures ontstaan wanneer iemand te snel te grote prestaties wil leveren omdat dan de spieren en gewrichten te zwaar of verkeerd worden belast. Een training dient rustig opgebouwd te worden.
Het opbouwen van sporten en variatie hierin is verstandig: van minder intensief naar intensiever en dan weer minder intensief. Ook is het goed om veel rustpauzes in te lassen. Maar zomaar stoppen mag niet. Het is verstandig om voor de rustpauze langzaam af te bouwen. En na zo’n pauze weer langzaam te beginnen.
Verder is het van groot belang dat men niet verder gaat dan men eigenlijk kan. Het is belangrijk dat men zich zelf niet overschat.
Een goede voorbereiding is ook belangrijk. Schakel de hulp van een trainer in als je niet bekend bent met de sport en bijbehorende risico’s. Een goede begeleiding is zeer belangrijk. Zo kan men al een groot deel van de blessures voorkomen.
Het materiaal
In veel takken van sport zijn specifieke beschermingsmaterialen voorgeschreven. Niet iedereen maakt hier altijd gebruik van. Hieruit ontstaan veel onnodige blessures. Beschermende materialen voorkomen vaak acute blessures. Ze zijn bedoeld om invloeden tegen te gaan die van buitenaf op het lichaam inwerken en de gezondheid bedreigen. Hierbij kun je denken aan een valhelm bij het fietsen.
Ook het directe materiaal is belangrijk. Denk bij hardlopen aan goed schoeisel of bij fietsen aan een fiets die de juiste maat en afstelling heeft. Materiaal moet afgesteld zijn op de lichaamseigenschappen (lengte, gewicht etc.) van de sporter. Als het om sportmartiaal gaat, is het altijd verstandig om naar de (sportzaak)specialist te gaan.
Goed en vooral veilig materiaal is zeer belangrijk. Oud, versleten of gewoon slecht materiaal is een grote bron van sportblessures. Hardloopschoenen moeten bij intensief gebruik tijdig vervangen worden om blessures te voorkomen.
Schoeisel
Ook het dragen van het goede schoeisel en de juiste sportkleding is een goede manier om sportblessures te voorkomen. Bij iedere sport horen andere soorten schoenen en kleding. Heeft men nog geen goede schoenen dan kan men met behulp van een specialist de juiste schoenen uitkiezen. Vraag dus advies aan de specialist.
Advies bij het kopen van schoenen:
- pas de schoenen altijd staande;
- pas verschillende merken; schoenen mogen niet knellen, maar ook niet te breed zijn;
- pas beide schoenen; de grootte van de voet verschilt nogal eens;
- pas de schoenen bij voorkeur aan het einde van de dag, dan zijn de voeten wat opgezet;
- pas de schoenen met de sportsokken waarmee je normaal sport;
- neem je eigen voetbedden mee als je ze in je sportschoenen gebruikt;
- je oude schoenen geven veel informatie, neem deze mee!
- de hielkap van de schoen moet voldoende stabiel zijn;
- indrukken moet nauwelijks mogelijk zijn;
- koop een schoen met het buigpunt onder de bal van de voet.
- schoenen met het buigpunt onder het midden van de voet zijn niet goed.
Sportkleding
Ook het dragen van de juiste kleding is belangrijk. Voor wat betreft sportkleding is vooral de functionaliteit van belang; het moet een zekere mate van bewegingsvrijheid geven.
De kleding dient ook aangepast te worden aan de weersomstandigheden. Bij koud weer dient men zich warmer kleden dan wanneer het bloedheet is. Bij koud weer geldt bovendien dat meerdere lagen over elkaar meer warmte bieden dan één hele dikke trui.
Voor verschillende sporten zijn er verschillende materialen op de markt. Zo bestaan er voor hardlopers ademende jasjes etc. Voor informatie over de kleding die het beste bij je past, kan men bij de betere sportzaak terecht.
Accommodatie
Veilig sporten wordt mede beïnvloed door de veiligheid van de sportaccommodatie. Zo is het belangrijk dat het sportcomplex goed bereikbaar is voor ambulances. Ook moet de EHBO-kist goed bereikbaar zijn en dienen de telefoonnummers van de dienstdoende arts en ambulancedienst direct beschikbaar te zijn. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar is negen van de tien keer niet goed geregeld.
Op het internet kan men checklisten vinden met de punten erop waar sportaccommodaties aan moeten voldoen. Jammer genoeg zijn er nog veel sportcomplexen die niet aan alle eisen voldoen.
De warming-up
Een goede opwarming zorgt niet alleen voor een goede lichamelijke voorbereiding, maar ook voor een geestelijke. Dit bevordert het concentratievermogen.
De lichamelijke effecten van een opwarming zijn:
- Het verhogen van de bloedcirculatie en de spiertemperatuur;
- Het verhogen van het zuurstofaanbod in de spieren waardoor het melkzuur daalt;
- Het verhogen van de geleidingssnelheid zodanig dat de coördinatie verbetert.
De zwaarte van een opwarming is 50% a 60% van het maximale prestatieniveau; op dit niveau neemt het risico van blessures het meest af. De warming-up hangt af van de leeftijd van de sporter, de trainingstoestand, het tijdstip van de dag, de buitentemperatuur en het soort sport dat men uitoefent.
Naast de meest bekende en meest voorkomende actieve opwarming (met lichamelijke activiteiten), bestaat er de minder bekende passieve opwarming. Hieronder worden massages verstaan. Het gebruik van massagemiddelen hierbij voelt prettig aan maar is niet noodzakelijk. Ook het aanbrengen van zalven en toedienen van warmte zijn vormen van passieve opwarming.
Verder is het is een modeverschijnsel om spierverzorgende middelen te gebruiken. Een passieve opwarming kan en mag niet in de plaats komen van een goede actieve warming-up.
Cooling-down
De cooling-down die ongeveer 15 min lang is, bestaat uit lichte inspanningen. Het doel is de bloedsomloop en de ademhaling herstellen en het voorkomen van spierpijn.
Spierpijn wordt voorkomen door het afvoeren van afvalstoffen die zich in de spieren hebben opgehoopt; deze veroorzaken ook pijn en een vermoeid gevoel. Het is dan ook van fundamenteel belang om tijdens deze cooling-down veel water te drinken. Dit helpt heel erg bij het afvoeren van de afvalstoffen.
Stretchen is een belangrijk onderdeel van de cooling-down en zorgt ervoor zorgt dat de spieren weer opgerekt worden tot hun oorspronkelijke lengte. Ook bij de cooling-down kan worden gemasseerd, als aanvulling.
Secundaire preventie
Secundaire preventie is het snel herkennen van de eerste tekenen van overbelasting. Symptomen van overbelasting worden vaak genegeerd of worden helemaal niet herkend.
Symptomen van overtraining zijn:
- prestatiedaling;
- gedragsverandering;
- lichamelijke klachten;
- ziek worden;
- slechte eetlust;
- slecht slapen;
- hogere rustpols;
- gewichtsvermindering;
- hogere bloeddruk;
- langzaam herstel;
- menstruatiestoornissen;
- potentievermindering.
Sporters onderschatten het feit dat vele letsels ontstaan door geleidelijk insluipende veranderingen van het weefsel. Enkele voorbeelden van signalen die op beschadiging duiden zijn: startpijn, snelle vermoeidheid, pijn bij het aanspannen van spieren, spierverhardingen en -verkortingen, verminderde doorbloeding, stijfheid en afname van krachten om gewrichten.
Deze signalen kunnen leiden tot chronische blessures en klachten, als er geen aandacht aan wordt besteed.
Samenvattend:
Warming-up, goed uitlopen, cooling-down, rekoefeningen, goed materiaalbeheer (bekijk regelmatig het schoeisel van de schoen), geschikte kleding, ondersteunende middelen als bandages, goed rust en ontspanning nemen en eventueel een massage voor of na de training helpt chronische blessures voorkomen. Een professionele begeleiding hierbij is zeer aan te raden.
Tertiaire preventie
Onder tertiaire preventie wordt verstaan, het snel nemen van maatregelen bij acute blessures, het geven van een goede behandeling en verzorging in alle stadia van de blessure, ook nadat de blessure genezen is.
Sporten tijdens of na een blessure
Blessures genezen snel. Vooral bij jongeren. Maar als je te snel weer begint met trainen speelt een nog niet geheel genezen blessure gemakkelijk weer op. Zo ontstaat een langdurig letsel dat door de sportman zelf veroorzaakt is.
Het advies:
- pas de belasting aan aan de blessure;
- voer andere soorten trainingen uit, zodat niet de hele conditie terugloopt
- bouw de belasting rustig en goed op
De draad gewoon weer oppakken waar je gebleven was voor de blessure is zeer onverstandig.
Acute blessure behandeling
Ondanks de genomen voorzorgsmaatregelen kunnen er toch blessures ontstaan. Voor iedere blessure geldt een aparte behandeling. Uiteraard kunt u hiervoor het beste uw arts of fysiotherapeut raadplegen. Ook zijn er artsen die zich hebben gespecialiseerd tot sportarts.
Behandeltips:
Spierpijn en kramp zijn heel goed te verminderen met warmte, maar de meeste blessures zijn beter te behandelen met koude. Als de blessure gepaard gaat met een zwelling moet u warmte vermijden. De zwelling kan het beste worden gekoeld met koude kompressen, koud stromend water of ijs. Om bevriezingsverschijnselen te voorkomen, is het beter het ijs niet direct op de huid te leggen maar er bijvoorbeeld een handdoek tussen te houden. Vervolgens kunt u een rekverband aanbrengen en het geblesseerde lichaamsdeel een tijdje omhoog houden.
Neem pijnsignalen serieus en geef oude blessures de tijd om te herstellen. Versterk eventuele zwakke plekken met sporttape. Bij een acute blessure moet je het geblesseerde lichaamsdeel zoveel mogelijk rust geven en vooral een deskundige raadplegen.